Klik voor meer info
- 103 jaren Franse zusters in Stramproy
- Gezondheidszorg, Groene Kruis, Consultatiebureau
- Kleuteronderwijs
- Lager meisjesonderwijs
- Huishoudschool
- Bejaardenzorg, Rust in Roy
103 Jaren zorgzame zusters voor gezondheidszorg, scholing en huisvesting hulpbehoevenden
De Franse congregatie werd in 1827 gesticht en groeide snel.
De doelstelling was tweeledig:
- Eerherstel aan de Goddelijke gerechtigheid en bidden en offeren voor de bekering van de zondaars.
- Kleuter- en meisjesonderwijs, bejaardenzorg en ziekenverpleging.
In de jaren negentig van de 19de eeuw werd in Frankrijk de invloed van de geestelijkheid op onderwijs, politiek en openbaar leven sterk ingeperkt. In 1892 mochten de zusters niet meer werken in hun habijt, in 1895 kregen ze te maken met een hoog belastingtarief met als doel de katholieke scholen te laten verdwijnen. En in 1901 werd het geven van onderwijs door de zusters niet meer toegestaan. De zusters gingen op zoek naar landen waar ze toevlucht konden zoeken. Ze kwamen terecht in België, sommige bleven in Rille (Bretagne) en op 28 oktober 1902 arriveerden zuster Héloise en zuster Celine in Stramproy. Zuster Julia was eerst in Linne maar kwam in 1903 de twee zusters helpen nadat ze wat Nederlands had geleerd. Ze gingen boven de school wonen.
In het najaar van 1903 werden in het Bisdom Roermond kleine kloosters gesticht in Linne en Stramproy. In overleg met de gemeente Stramproy gingen ze meteen aan de slag met het geven van handwerklessen aan meisjes die niet meer leerplichtig waren. “De eerwaarde Zusters die uit hun eigen vaderland zoo smadelijk zijn weggejaagd, zijn vol lof over de gulle ontvangst die ze hier van de inwoners genieten” (bron: Nieuwe Koerier 5 december 1903).
De zusters gingen op zoek naar onderdak en met behulp van hun congregatie, de gemeente en het kerkbestuur van Stramproy, Michel Maes en architect en aannemer J.H. Stals betrokken de zusters op 7 november 1904 hun nieuwe Heilig Hart klooster.
In het klooster was ook ruimte voor de kleuterschool (bewaarschool) en de zorg voor hulpbehoevenden. Dit paste perfect bij de doelstelling van de congregatie van Christus Verlosser. De zusters namen verder alle werk aan om in hun onderhoud te voorzien.
Zij wasten het kerklinnen, versierden de kerk, deden het onderhoud van het kerkhof, gaven naailessen, er kwam een bewaarschool en ze waren heel actief in de zieken- en ouderenzorg, waaruit later de wijkverpleging ontstond. De zusters werkten later voor het Groene Kruis. Natuurlijk was er wel een taalprobleem. De zusters gingen elke week te voet naar Weert voor taalles bij de dames Vogels.

De zusters stonden ook klaar voor kinderen die om welke reden dan ook extra zorg nodig hadden. In de Eerste Wereldoorlog had België veel te lijden onder de Duitse bezetting. Veel kinderen werden wees of werden op een andere manier slachtoffer. Veel van hen werden door pleeggezinnen in Nederland opgenomen. Ook in Stramproy was er zorg voor zes Belgische broertjes en zusjes. Ze kwamen aan op 10 juni 1915. Voor vijf van hen was er snel onderdak gevonden maar niet voor Louiske, een ziekelijke kleuter van vijftien maanden oud. Zuster Héloise besloot de kleine jongen onderdak te geven. Louiske bleef tot 28 december 1931 bij de zusters, is naar school gegaan bij meester Stroux en daarna in Maaseik; hij liep nog stage bij de melkfabriek in Stramproy. Bij zijn terugkeer in België kon hij ook meteen bij een melkfabriek gaan werken. Een ander kind, Truusje Palmen, werd na de dood van haar moeder eveneens bij de zusters opgenomen. Ze verbleef van 8 februari 1932 tot april 1947 bij de zusters. Voor haar en voor Louiske hebben vooral zuster Arméline en zuster Paterne als een moeder gezorgd.
Toen de zusters 25 jaren in Stramproy waren (19 november 1928) herdachten de inwoners van Stramproy feestelijk de komst van de zusters. De straten werden versierd, er werd gevlagd, er was een mis en alle verenigingen gaven acte de préséance.
In 1929 namen de zusters de openbare meisjesschool over en in 1933 werd het klooster uitgebreid met een nieuwe kapel en een mannenzaal voor bejaarde heren.

Pastoor Bloemen begon in samenwerking met de zusters in 1933 met de vorming van de vrouwelijke jeugd. Er werd een afdeling van de Katholieke Jonge Vrouwen (KJV) opgericht. Er werden cursussen gegeven voor de meisjes die de lagere school hadden verlaten. Deze vonden plaats in het klooster en de zusters hadden de leiding.
In 1935 werd op het terrein van de zusters een apart KJV-gebouw opgericht (de parochie betaalde de bouw en de verwarming). De KJV werd in de oorlog opgeheven; er kwam een Mariacongregatie die in 1938 een parochiële congregatie werd.

Door de inzet van de zusters meldden zich ook zestien meisjes uit Stramproy aan de kloosterpoort. In de oorlogsjaren bleven het klooster en het dorp Stramproy onbeschadigd en als dank werd door de zusters in 1948 het beeld van Maria van Banneux in de nis van het klooster geplaatst. Het beeld van beeldhouwer G. Dupon uit Brugge kostte 3415 Belgische francs.
In 1953 herdacht Stramproy dat de zusters 50 jaren actief waren in de Stramproyer gemeenschap. Ze kregen van de gemeente, als dank voor hun werk voor onderwijs en zorg, een luidklok.

In 1978 werd het 75-jarig jubileum ook op grote schaal gevierd. De schutterijen en de fanfare zorgden voor een feestelijk onthaal naar de hoogmis. ‘s Middags was er een receptie en zuster Thérése Davanel werd benoemd tot ridder in de orde van Oranje Nassau. Deze onderscheiding in persoon van zuster Thérése gold als dank voor de gehele kloostergemeenschap. Er kwam een mooi kunstwerk voor de zusters bij het Groene Kruis-gebouw.

Op 6 mei 1992 werd zuster Elisa (Antonia Maria Johanna Herminna Mertens) koninklijk onderscheiden. Ze ontving de eremedaille in goud. Vanaf 1959 was ze in Stramproy werkzaam als wijkverpleegkundige en in de bejaardenzorg en daarna was ze veertien jaar directrice van het bejaardencentrum “Rust in Roy”.

Stramproy herdacht in 2003 dat de zusters honderd jaar eerder vanuit Frankrijk naar Stramproy kwamen. Stramproy Historique en de Stichting Heyerkapel zorgden voor een pelgrimstocht van Susteren naar Stramproy. Er werd een Franse avond gehouden en er werd een boek over 150 jaren Heyerkapel en een krant uitgegeven op 16 en 17 augustus 2003.
In 2004 werd het klooster in Stramproy gesloopt; er kwamen vijftien aanleunwoningen. Vlak voor de sloop van het oude klooster gaven de zusters nog een rondleiding door het pand.
Rondleiding klooster
De luidklok en het beeld van Maria van Banneux uit het klooster kregen een mooie plek in het nieuwe complex met aanleunwoningen. De laatste drie zusters (Amanda Erard, Andrea van Dael en Dorothea Timmermans) bleven nog tot 2006 actief met onder andere ziekenbezoek en het bespelen van het orgel. Als afscheidscadeau ontvingen de zusters op 27 september 2006 tijdens een receptie een cadeau van 1500 euro. Dit bedrag kreeg zuster Leonie voor het missiewerk in Burkina Faso.
Gezondheidszorg, Groene Kruis
De zusters van de Congregatie van Christus Verlosser begonnen, zoals gezegd, vrijwel direct na hun aankomst in 1903 met gezondheidszorg in Stramproy. Ze doorkruisten Stramproy om hun zorgen aan de zieken te geven, te helpen in het gezin waar nodig, kraamhulp verlenen en doden af te leggen. Zij verstrekten zalf, hoestsiroop, deden kleine hechtingen, wondverzorging, advies geven over hygiëne enzovoort. De mensen uit Stramproy kwamen zelf naar de zusters met hun verwondingen en zweren.
Interview
Negentig-plussers Thei Aendekerk (1935) en Lies Schaeken-Klaessen (1932) herinneren zich in 2026 beiden nog goed dat ze als kind naar de zusters gingen. Interviews 2026 Oral historie Heemkunde Stramproy, Hilde van Dael-Versteegen
Thei zat op de 5de klas en in de winter vond een sneeuwballengevecht plaats op het schoolplein. Rondom het speelplein stond een hek met ijzeren pinnen en daartussen gemetselde muurtjes. Toen Thei nog een restje sneeuw voor een sneeuwbal wilde pakken schoot hij uit en viel met zijn bovenarm in de ijzeren pinnen. De pin ging er onder de arm in en kwam er aan de bovenkant weer uit. Thei wist zichzelf de bevrijden en liep meteen naar de zusters. Zuster Elisabeth heeft het goed bekeken. Maar durfde toch zelf niet te gaan hechten en liet dokter Hermans uit Weert komen. Hij heeft de arm gehecht met assistentie van zuster Elisabeth. Er was overal bloed op de gangvloer terecht gekomen; Thei kon daar niets aan doen. Dat hebben de zusters allemaal op moeten ruimen.
Thei kreeg vijf hechtingen aan de onderkant van zijn arm en twee aan de bovenkant. Daarna is Thei die ochtend weer gewoon naar school gegaan. Zuster Elisabeth heeft de hechtingen later verwijderd. Thei heeft er nooit meer last van gehad, maar er wel littekens aan over gehouden.
Lies herinnert zich dat ze, toen ze 6 of 7 jaar was, werd gebeten door een hond en met haar moeder naar de zusters ging. Zuster Elisabeth maakte de wond schoon en verbond deze. Maar ze stelde ook een rare vraag. Lies is dat nooit vergeten. Ze vroeg: “waarom heb je de hond geen haren uitgetrokken, dan konden we daar de wond mee verzorgen.” Dat was een grapje, maar dat begreep Lies als kind nog niet.
Wijkverpleging
Het Groene Kruis in Stramproy begon in 1917 en werd de eerste jaren ‘bemand’ door de zusters. Zuster Hubertina Smeets werkte tot 1936 in de wijkverpleging in Stramproy.
Zuster Elisabeth Heijnen kwam na haar professie in 1929 naar Stramproy. Ze was gediplomeerd verpleegkundige en werkte er vele jaren. Ze overleed in 1954. Op haar gedachtenis prentje staat onder andere het volgende te lezen:
“Zij kende geen rust, dag noch nacht, altijd klaar om te gaan en te helpen waar de moeders en zieken haar hulp nodig hadden. Haar sterke natuur, haar ijzeren gezondheid, haar nooit moede werklust en de liefde voor Christus, die haar dwong tot liefde geven, deed haar een werk verzetten dat haast onbegrijpelijk veel werd voor één mens, één vrouw.“
Een ander boegbeeld van de wijkverpleging was zuster Leonie Thijssen. Ze werkte zestien jaar, tot 1961, in Stramproy en omgeving om vervolgens naar de missie in Tambega in Opper Volta in Afrika te vertrekken.
Zuster Alice nam in 1968, na 28 jaren, afscheid van het Groene Kruis.
Tot de komst van het artsenechtpaar Wuisman in 1945 verleenden de zusters alle eerste hulp bij ongelukken.
(Zie voor meer informatie ook het paneel Gezondheidszorg in deze canon.)
De zusters waren ook een periode actief over de grens in Molenbeersel. Zuster Elisabeth deed de kraamverzorging en toen zij assistentie kreeg van zuster Leonie (na de oorlog) deed ze de wijkverpleging (zieken en tuberculosepatiënten). De zusters kregen in 1948 wel de beschikking over twee fietsen maar er waren geen banden.


In 1961 kreeg Stramproy de beschikking over een modern Groene Kruisgebouw.
Door de afname van het aantal roepingen ging de zorg steeds meer over naar lekenzusters en overig zorgpersoneel.
Zie voor meer informatie over de zusters ook het paneel Gezondheidszorg in deze canon.


Kleuteronderwijs
In 1904 startte zuster Julia met hulp van mevrouw Teeuwen, die zeer goed Frans sprak, een bewaarschool in het klooster. In 1922 bouwde de congregatie, op eigen kosten, een nieuwe kleuterschool in de tuin van het klooster.

Interview 2026
Lies Schaeken-Klaessen (1932), Tinus Spreuwenberg (1932), Thei Aendekerk (1935) en Nel Stevens (1926) herinneren zich dat ze op de bewaarschool uren bezig waren met figuren maken van luciferhoutjes en zoeken van kralen in de zandbak. Ook mochten ze ‘s middags bij mooi weer met de zuster wandelen in de tuin van het klooster. En iedere middag, vaste prik, werd er een half uur gerust met de handen over elkaar en het hoofdje op het bankje. De zusters letten ook op de groei van de kinderen. Kinderen die klein bleven kregen een bekertje levertraan. Als beloning volgde dan een suikerklontje.
Soms kwam de generale-overste op bezoek uit het moederhuis in Frankrijk. Dan herinnert Nel Stevens zich dat ze haar moesten begroeten met ‘Bonne Mère’.
(Bron tekst: Interviews 2026, oral historie Heemkunde Stramproy, Hilde van Dael-Versteegen)
Lager meisjesonderwijs
In Stramproy was tot 1922 lager openbaar onderwijs voor meisjes en jongens.
Het onderwijs werd door de gemeentekas betaald. Het gemeentebestuur was daarom verheugd dat de zusters kwamen. Dat waren goedkope arbeidskrachten. Twee zusters kregen samen een jaarsalaris van fl. 32,50 (gulden); dat was een schijntje, een echt onderwijssalaris was een veelvoud hiervan. Het college van Gedeputeerde Staten stak hier een stokje voor.
Op 1 april 1922 werd de openbare meisjesschool Sint Jozef geopend (Architect J.H. Stals). Dit werd in 1929 een Rooms Katholieke meisjesschool. De zusters gingen als onderwijzeressen aan de slag en kregen een echt salaris. Eerst was mejuffrouw Elisa Suilen schoolhoofd en in 1937 werd zuster Theresita schoolhoofd.
In de jaren zestig en zeventig waren onder andere zuster Imelda (muziekonderwijs), zuster Josepha (communieklas), zuster Anna (handwerkles), zuster Godefrieda, zuster Jeanne en zuster Amanda actief op de meisjesschool. Een kort filmpje over de meisjesschool in 1968 geeft een sfeerimpressie.
Per 1 januari 1976 werd het bestuur van de Mariaschool en de St. Jozefschool overgedragen aan het nieuwe bestuur, de Stichting Katholiek Basisonderwijs Stramproy. Vanaf 1904 zijn zestien zusters betrokken geweest bij het onderwijs in Stramproy.

Huishoudschool
In 1951 kwamen er bij de lagere school twee grote lokalen, een keuken, strijkkamer en personeelskamer. Dit was het begin van de Huishoudschool. De vereniging van Landbouwonderwijs was begin jaren zestig voornemens om in Tungelroy een Landbouwhuishoudschool te vestigen en vroegen de zuster om hun school te sluiten. Leerkrachten en zusters kregen dan een aanstelling in Tungelroy. Het heeft nog tot 1968 geduurd voordat de school van de zusters in Stramproy ging sluiten. Ouders waren tevreden over het gebodene en er waren ook heel veel leerlingen uit Stramproy omdat Stramproy snel groeide. De huishoudschool in Tungelroy begon in 1969.
Hierbij moet de kanttekening worden gemaakt dat vanuit de gelovige zusters gezien, de meisjes niet gestimuleerd werden te studeren. Genesis 1:28: “wees vruchtbaar en wordt talrijk” werd gezien als grondslag voor het gezin. De Rooms Katholieke kerk was duidelijk. Met het baren van veel kinderen kon de vrouw de hemel verdienen. Meisjes moesten worden voorbereid voor de zorg van het gezin. Ouders die het wel belangrijk vonden dat hun dochter verder ging leren én hiervoor het geld hadden, lieten hun meisjes, vaak tegen het advies van de zusters in, wel verder leren. Ze gingen dan naar kostschool of naar de middelbare meisjesschool in Weert. Voor hoger middelbaar onderwijs moesten de meisjes tot midden jaren zestig naar Roermond. Het Bisschoppelijk College in Weert was tot midden jaren zestig alleen voor jongensonderwijs. Kostschool maar ook middelbaar onderwijs is duur én studerende meisjes brachten geen geld binnen voor het gezin.
Het was tot ver in de jaren zestig gebruikelijk dat kinderen (en zeker meisjes) als ze nog thuis woonden hun salaris aan de ouders gaven.
Bejaardenzorg, Rust in Roy
De zorg voor armen en zieken was vanouds een christelijke plicht. Toen het klooster in Stramproy in 1904 klaar was, namen de eerste bejaarde dames er hun intrek. Er ontstond een ‘gesticht van gebrekkigen en ouden van dagen’. In 1923 werden de eerste twee mannen opgenomen. Een van hen was de 44-jarige Gerardus Peeters (Rietra Graadje), die hulpbehoevend was maar nog wel kon werken. Hij trok met de koe van de zusters langs de bermen en schilde de aardappelen. De bejaarden die opgenomen werden hadden vaak geen geld. Gelukkig waren er ook weldoeners zoals de heer Houbaer uit Vlissingen.
Hij schonk de zusters geld en obligaties. Toen de heer Houbaer ziek werd haalden de zusters hem naar Stramproy en hebben hem verpleegd tot aan zijn overlijden in 1940.
In 1936 sloten de Parochie Stramproy, het Groene Kruis Stramproy en de zusters een overeenkomst om het klooster uit te breiden met een vleugel waar onder andere een mannenzaal in kwam. In 1958 waren er drieëntwintig bewoners. Buiten de zusters werkten er twee meisjes in de keuken. De gasten betaalden tussen 75 en 120 gulden per maand (afhankelijk van hun inkomen). De begroting werd sluitend gemaakt met de inkomsten van de scholen.
In 1964/1965 was de ruimte echt te klein en werd besloten een modern bejaardenhuis te bouwen. Zuster Thérése Davanel werd voorzitster van het bestuur van de Stichting Bejaardenzorg Rust in Roy. Ze werd bijgestaan door vier andere zusters, burgemeester Defesche en de kassier van de Boerenleenbank, de heer Jacques Lempens.
De financiering van het nieuwe gebouw verliep stroef omdat de gemeente Stramproy niet garant kon staan. In september 1965 kwam er toch gemeentegarantie. In 1966 werd nog besloten het gebouw met één verdieping te verhogen. Het aantal bedden werd eenenzeventig en op iedere kamer moest een toilet komen. Op de elf tweepersoons-kamers moest een douche komen. Op 1 september 1967 namen de eerste bewoners hun intrek. Er waren op dat moment te weinig kandidaten uit Stramproy en omgeving en daarom namen ook twintig bewoners uit Eindhoven hun intrek.
Pas in 1967 werd de salariëring van zusters gelijkgetrokken aan het lekenpersoneel. Daarom moest het pensiongeld wel met 10% omhoog.

In 1992 werd herdacht dat Rust in Roy 25 jaar bestond. In die 25 jaren was veel veranderd. Het aantal zusters dat werkzaam was in het bejaardenhuis was sterk verminderd.
De gemiddelde leeftijd van de bewoners steeg van 75 naar 86 jaar.
Ondanks dat het bejaardenhuis nog maar 25 jaren oud was, werd besloten het tehuis door nieuwbouw te vervangen. Gangen en deuren waren te smal, douchevoorzieningen niet geschikt voor rolstoel enzovoort. Er kwam een nieuwbouwplan met zestig kamers, een complex met vijfendertig aanleunwoningen en een ontmoetingsruimte voor ouderen.
In juni 1993 werd de eerste steen gelegd. In twee fasen werd het oude bejaardenhuis vervangen door nieuwbouw. In 1997 werd een fusie aangegaan met de organisatie ‘Land van Horne’ in Weert. Zuster Madeleine Javel was de laatste religieuze die als ziekenverzorgster werkzaam was.

Bronnen
Tekstinformatie over de zusters van Stramproy is afkomstig van de Werkgroep 100 jaar zusters, Stramproy Historique, Stichting Heyerkapel, Stichting Land van Horne, Stichting vrienden van Ave Maria, het boek ‘Zusters en route, de geschiedenis van Christus Verlosser in Nederland 1903-2017′ (*), het fotoalbum en knipsels van zuster Elisa Mertens en interviews en foto’s van de Stichting Heemkunde Stramproy. (*) Boek bevat uitgebreide informatie en is nog te koop: https://leonvandorp.nl/products/zusters-en-route

