Waar lag de “Volmeulen” in ’t Broek?

Vóór de huidige broekmolen stond er in die buurt ergens een volmolen of slagmolen. Deze werd door het lakenambacht gebruikt om het wollen weefsel te vervilten tot laken. Zeg maar het kwaliteits-fleece van de late middeleeuwen en de eeuwen erna.

Al bladerend door het boek “De Archieven van het Kapittel der Hoogadelijke Rijksabdij Thorn”uit 1889 van Archivaris Josef Habets viel mijn oog op de tekst van 4 december 1476 waar het recht op deze volmeulen beschreven werd.

De Abdis geeft in leen uit: den stroem van den Eertweege tottet Corffweege alle tot den nieuwen dyck…  om er een volmolen of slagmolen op te plaatsen tegen betaling van 2 malder rogge. Zoals gebruikelijk te betalen voor 30 november,  St. Andreasdag.

Maar waar lag deze volmolen eigenlijk?

 

 

Waarschijnlijk vielen alle wegen in die tijd in de categorie Eertweege. Maar wat is een Corffweege?
Met een dergelijke plaatsaanduiding kom je er tegenwoordig niet mee weg bij een vergunningsaanvraag of verlening.

Tijdgenoot van Jos Habets, Christiaan Creemers, beschreef in 1872 de locatie als volgt:

Maar naar welke nieuwen dyck of den Dam wordt hier verwezen?
Enkele overwegingen:

  • Als met het uitwateringskanaal de Lossing bedoeld wordt dan dan is grenspaal 160 een mogelijke locatie van de vondst van het stuk molenas.
  • De volgende kruising tussen de ABeek en de Lossing die aan deze beschrijving zou kunnen voldoen ligt 2 km stroomafwaarts, en zo’n 500 meter na de huidige Broekmolen. Het punt waar de Abeek voor  het graven van de lossing “Linksaf” sloeg.  Sinds 1869 gaat de Abeek er rechtdoor en ligt de Lossing vanaf dat punt in de oude bedding van de Abeek.
  • Drijft een molenas? Dan zou de molen ook stroomopwaarts van de vindplaats kunnen hebben gelegen.
  • Is de genoemde nieuwen dyck een dijk waarmee de Abeek aan de rand van het moeras werd gelegd? Iedereen die de hoogteverschillen naast de Abeek bestudeert zal al snel concluderen dat de Abeek kunstmatig aan de rand van het moeras moet zijn gelegd. Of flink moet zijn verhoogd. Was dit voor de beekreconstructie uit de jaren 70 ook al zo? Of was deze verhoging in 1869 nodig om 2 km verderop de Abeek over de Lossing te krijgen en de Lossing in de oude bedding van de Abeek te laten stromen?
    Er lagen ruim voor het graven van de lossing al een aantal watermolens erg dicht op elkaar en wellicht dat er met een nieuwen dyck de Abeek dermate verlengt kon worden langs de rand van het moeras dat er nog eentje bij kon.
    Op oudere kaarten zie je vanaf de voorste Luismolen een “Oude beek” recht het broek in stromen.
  • Of stond die volmolen op een dam van de Bocholtergraven die volgens sommige kaarten tot aan de Abeek liep thv de huidige grenspaal 160?
  • Voor welk deel van den stroem had de abdis eigenlijk zeggenschap? In elk geval niet het deel westelijk van de de huidige grenspaal 160.
  • Op de Deliniatiekaart uit 1714 (bijlage 2 Stramproyer momentopnamen) staat de Stramproijse volmeulen vermeld terwijl deze in 1699 afgebrand zou zijn. Daar staat de molen niet in de buurt van Den Bouckholts graft, maar ongeveer op de huidige plaats.
  • Zou met de Corffweege misschien de Turffweege bedoeld zijn? Was het originele woord wellicht slecht leesbaar? Deze naam komt vaker voor in stukken over het Broek.
  • Dan is er nog de mogelijkheid dat men al begonnen was met het aanleggen van de nieuwe dijk voor de watermolen. Een gevalletje achteraf legaliseren?
  • Heeft Jacob Clois iets met de latere kluis te maken?

Ik ben er nog niet uit.

FransV