Boodschap kerkklokken

De laatste maanden konden we in het Blaadje Stramproy lezen dat de dag na een overlijdensbericht de kerkklokken drie maal luiden. Telkens 1 minuut, met 1 minuut tussenpauze, om 9:45, behalve op zondag. Voor een kind luidt dan de kleine klok, voor een vrouw de halfzware klok en voor een man de zware klok.

Dit gebruik werd in 1872 ook al door Rector Creemers beschreven in zijn “Aanteekeningen over het dorp Stramproy”:

Dit luiden van de doodsklokken gebeurde toen door de buren: “de naober”. Naast het luiden van de klokken had “de naober” veel andere taken rondom de uitvaart. Er waren in die tijd tenslotte geen uitvaartondernemers.

Tweemaal twee Klokken geroofd

De kleinste klok die Rector Creemers beschrijft is niet dezelfde als de huidige kleinste klok. De eerste Willibordusklok uit 1812 werd tijdens de 2e Wereldoorlog door “klokken Peter” in opdracht van de Duitsers uit de Roojer Kerktoren geroofd. Pas in 1954 werd deze kleinste klok vervangen door de Mariaklok. De zware tiendenklok uit 1887 die ook op 18 december 1942 uit de toren werd gehaald kwam na de oorlog blijkbaar weer terug. De middelste Apolloniaklok uit 1839 werd tijdens de klokkenroof gespaard.

Ook beschrijft Christiaan Creemers dat toen de Fransen in 1798 kwamen, er ook 2 klokken uit de toren zijn geroofd en richting Bree zijn afgevoerd. De kleine Willibrordusklok uit 1812 en de Apolloniaklok uit 1839 dienden als vervangen van die 2 geroofde klokken.

In 1924 werden de klokken beschreven in het Jaarboek van het LGOG.